Ga door naar hoofdcontent
ArtikelenWat vindt u belangrijk in het leven?
De patiënt centraal

Wat vindt u belangrijk in het leven?

Maandag 18 mei 2026

Prettig en liefst gezond ouder worden: dat willen we allemaal. Hoe krijgen we dat voor elkaar? Leo Bisschops (voormalig voorzitter van Senioren Brabant-Zeeland) ging voor zijn vertrek in gesprek met hoogleraar prof. dr. Jan Kremer (Radboudumc) over passende zorg.

Hoe ziet uw leven eruit, wat vindt u daarin belangrijk? Wat betekent prettig leven voor u? En: wat verwacht u van uw verdere leven? Als het aan prof. dr. Jan Kremer ligt, hoort u dit soort vragen steeds vaker in de spreekkamer bij de dokter. Kremer is een groot voorstander van passende zorg: een beweging die de zorg toekomstbestendig moet maken. En daarover ging Leo Bisschops – die de afgelopen negen jaar als voorzitter van Senioren Brabant-Zeeland de belangen van ouderen behartigde – graag met hem in gesprek.

Want hoe ziet die passende zorg er dan precies uit, en wat betekent dat voor de toekomst van onze zorg?

Om te beginnen, legt Kremer uit, vraagt passende zorg om een andere blik. Niet meer standaard een medisch antwoord op iedere zorgvraag, maar: goed kijken en luisteren naar wat past bij de patiënt. “Patiënten zijn geen dingen die gerepareerd moeten worden. Het zijn mensen met een verhaal dat ertoe doet. Dát is het vertrekpunt voor passende zorg.”

Patiënten zijn geen dingen die gerepareerd moeten worden

Prof. dr. Jan Kremer, hoogleraar Radboudumc

Uw leven centraal

Wat betekent passende zorg in de praktijk? Stel: een vrouw van 83 komt bij de dokter. Ze heeft pijn aan haar heup. Een operatie kan haar klachten iets verlichten. Maar er is een keerzijde. De ingreep tast haar conditie waarschijnlijk flink aan. Ze houdt dan geen energie meer over voor de fijne, wekelijkse fietstocht met haar dochter.Kremer: “Start je vanuit het medische vraagstuk, dan zou je misschien de operatie aanraden. Maar begin je vanuit de mens, dan kom je tot de conclusie dat een ander traject waarschijnlijk beter past. En dat hoeft niet eens een behandeling in het ziekenhuis te zijn. Mogelijk is deze patiënt veel meer gebaat bij andere zorg, zoals oefeningen met een fysiotherapeut in de wijk.”

Passende zorg staat volop in de schijnwerpers. Steeds meer mensen in ons land organiseren hun zorg zelf, dichtbij huis. Dat is niet gek, met de toenemende vergrijzing in het vooruitzicht. Bisschops voorziet dat de professionele zorg, onder meer in ziekenhuizen, straks niet iedereen meer kan helpen. Hoe moet het dan verder? Ziekenhuizen hoeven ook niet iedereen te helpen, vindt Kremer: “Passende zorg gaat over de juiste zorg, op het juiste moment, op de juiste plek.

Het helpt ons als we de vraag stellen: wat hebben we nodig om nu en straks met elkaar een fijn leven te leiden? Er zijn genoeg initiatieven die laten zien dat het kan.”

Wat hebben we nodig om nu en straks een fijn leven te leiden?

Beleid en praktijk

In steden en dorpen ontstaan allerlei initiatieven op het gebied van passende zorg. Ook op het gebied van beleid gebeurt er van alles. Zo kwam het Zorginstituut (de overheidsorganisatie die over het zorgstelsel gaat) met een Kader Passende Zorg en een Integraal Zorgakkoord. Vanuit ZonMw (een organisatie voor onderzoek en innovatie in de zorg) is er het Kaderprogramma Passende Zorg 2024-2028. Hiermee wordt gewerkt aan meer kennis over passende zorg en meer (wetenschappelijk) onderzoek naar dit onderwerp.

Minder ik, meer wij

Zorgbuurthuis ‘t Hageltje in Oss is zo’n voorbeeld van passende zorg, georganiseerd door organisaties in de wijk. Bewoners helpen en ondersteunen elkaar. En zijn er geen andere opties? Dan is er ook thuiszorg beschikbaar. In onder andere Boxtel en het Land van Cuijk zijn er voorzorgcirkels. In deze cirkels zitten thuiswonende ouderen die elkaar ondersteunen op praktisch en sociaal vlak. Ze onderhouden contact en helpen waar nodig. Is bijvoorbeeld iemand in decirkel ziek? Dan staat er een buur van een paar straten verder klaar om boodschappen te doen. Nog zo’n mooi voorbeeld van passende zorg volgens Kremer: in verschillende plaatsen zijn inloophuizen voor kanker – zoals het Marikenhuis in Nijmegen of het IPSO Centrum Midden-Brabant – waar mensen met deze ziekte laagdrempelig terechtkunnen. Bijvoorbeeld met vragen over zingeving of voor contact met lotgenoten. “De crux is dat deze zorg aansluit bij dat wat mensen op een bepaald moment in hun leven verder helpt. En het antwoord ligt dan vaak juist in hun eigen wijk, bij vrienden, een buurthuis of in de eigen woning”, legt Kremer uit.

Leo Bisschops, voormalig voorzitter van Senioren Brabant-Zeeland

Mensen besteden relatief weinig tijd in een ziekenhuis, constateert Kremer. Zelfs iemand met Parkinson is minder dan één procent van zijn tijd op deze plek. “Verder zijn mensen vooral thuis, in hun eigen leefomgeving. Dat is dus ook waar de zorg zou moeten plaatsvinden: daar waar het leven zich afspeelt. Het begrip ‘zorg’ is dan overigens veel breder dan alleen de medische zorg. Het gaat veel meer over hoe we willen zorgen voor elkaar en voor onze samenleving. Steeds meer mensen hebben dat door. De vraag gaat minder over wat ik als individu wil, maar over wat wij met elkaar willen.”

Te groot gegroeid

Bisschops: “Hoe ziet u de ziekenhuiszorg in ons land?” Kremer werkte tot 2011 in de spreek- en operatiekamers als gynaecoloog. “Ik denk dat we ontzettend trots mogen zijn op de zorg in ons land”, stelt hij. “Onze zieken­huizen zijn goed en professioneel. Maar ik denk ook dat de professionele zorg te groot is gegroeid. Als we ergens mee zitten, kijken we vaak automatisch naar het ziekenhuis voor de oplossing. En het ziekenhuis beantwoordt die vraag ook. Ik ben zelf arts. Het was jarenlang mijn beroep om mensen te opereren. Natuurlijk denk je dan al snel aan opereren als oplossing voor een vraag. Het was nu eenmaal mijn vak.” De manier waarop onze zorg wordt betaald, helpt niet mee. “Meer opereren levert namelijk meer geld op. Ook als dat niet de beste oplossing is voor de patiënt, omdat het de kwaliteit van het leven dat hij of zij wil leiden niet per se vergroot.” Passende zorg vraagt dus om een flink andere manier van denken. “Dat geldt voor de samenleving én voor de ziekenhuizen.”

Praten over prettig leven

In het gesprek met Bisschops benadrukt Kremer steeds: luisteren naar het verhaal van de patiënt is de sleutel voor passende zorg. En dat luisteren levert nog iets anders op. Mensen voelen zich daardoor gezien en gehoord. Kremer: “Natuurlijk moeten zieken­huizen alles doen om iemand beter te maken. Tenminste: als dat de kwaliteit van iemands leven ook vergroot. Tegelijk denk ik dat we dokters overschatten. Een specialist weet veel van zijn vak. Maar een patiënt is deskundig op het vlak van zijn of haar klachten en wat hij of zij belangrijk vindt in het leven.” Bij jonge artsen en op opleidingen geneeskunde ziet Kremer een verschuiving. Zo hebben geneeskundestudenten in Nijmegen standaard een patiënt als buddy. Met die patiënt praten ze eens in de zoveel tijd over wat de ziekte voor hen betekent en of ze adviezen hebben voor deze dokters in spe. “De dokter en de patiënt zijn veel meer gelijkwaardig, met ieder belangrijke kennis die kan helpen om uiteindelijk tot de best passende zorg te komen.”

Passende zorg start met een eerlijk en warm gesprek

Eerlijkheid is daarbij belangrijk, benadrukt Kremer. “Kijk, ik ben een gezonde zestiger. Ik zou best het lijf willen hebben van een gezonde twintiger. Maar dat kan niet meer. Je veroudert nu eenmaal. In het leven is er niet voor alles een pil of een oplossing. Ook dat moeten we vaker met elkaar bespreken, maar dan wel op een warme manier. Dat is de boodschap. Passende zorg start met een eerlijk en warm gesprek. Met de patiënt in de hoofdrol.”

Speciaal gezant

Sinds 2023 is prof. dr. Jan Kremer speciaal gezant passende zorg bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Hij helpt het ministerie om beleid en praktijk beter op elkaar aan te laten sluiten. Ook adviseert hij VWS over hoe je passende zorg in de praktijk voor elkaar kunt krijgen.

Auteurs

Afbeelding voor Iris van den Boezem

Iris van den Boezem