Bij het woord molen denk je meteen aan draaiende wieken in de wind. Maar het kan ook anders. Op de grens van Twente en De Achterhoek voorzien drie grote waterraderen al sinds 1548 twee molens tegelijkertijd van energie.
Op de parkeerplaats van de Oostendorper watermolen in Haaksbergen verzamelt zich een groep senioren van KBO Oldenzaal. Activiteitencoördinator José Scheuten ziet dat er nog wat mensen ontbreken. “Wij gaan meestal met eigen vervoer op stap. Passagiers betalen voor het meerijden drie euro aan de chauffeur.” De laatkomers blijken een minder efficiënte route door de bebouwde kom genomen te hebben. Uiteindelijk gaan er toch dertig leden richting de watermolens.
Donderend geraas
Vanaf de brug over de Buurserbeek kun je de waterraderen bijna aanraken. Zodra de schut is geopend, stroomt het water naar beneden en beginnen de grote houten schoepen te draaien. Gids Freddy Wissink is één van de vijftien vrijwilligers die voor de molen zorgen, samen met collega-gidsen, molenaars en mensen die in het winkeltje pannenkoekenmeel verkopen. Hij doet zijn uiterste best om boven het geratel van het hout en het geraas van het water uit te komen. “Op de linkeroever staat de oliemolen en op de rechteroever een graanmolen.” Tussen de waterraderen hangt een grote houten bak. “De molenaars lieten deze zogenoemde aasbak ’s nachts in het water zakken en verdienden zo een centje bij met het vangen van paling.” Ondertussen is Paul Grefte (68), lid van de activiteitencommissie, druk aan het fotograferen. “Ik combineer het nuttige met het aangename: ik zorg dat de mensen er leuk op staan voor NIKO: het Nieuws- en Informatieblad KBO Oldenzaal. Tussendoor maak ik plaatjes voor mijn eigen fotocollectie.”
Vernuftig systeem
De groep wordt in tweeën gesplitst. Voorzichtig dalen mensen met Wissink via een smalle trap af naar het hart van de oliemolen. Alles is van hout. Dat was niet alleen makkelijk verkrijgbaar, maar kan ook goed tegen water. Een enorme toren van tandwielen, de kollergang, laat gigantische stenen wielen draaien over ‘het doodsbed’. Er is niet veel fantasie voor nodig om deze naam te verklaren. Wissink strooit lijnzaad op de bodem van de stellage, waar het onder de rollers wordt geplet. Hij vangt het verkregen zaadmeel in een zak en strooit het in een pan zonder bodem op het fornuis. Een zijarm van de stellage laat een haak de massa roeren, zodat het niet aanbrandt.
Deze inhoud is exclusief voor leden
Word lid en:
lees direct alle artikelen op deze website ontvang 11x per jaar ONS Magazine in de brievenbus ontvang 12x per jaar een digitaal magazine in uw mailbox maak iedere dag gratis 8 puzzels ga eropuit met veel voordeel profiteer van leuke aanbiedingen
Bent u al lid, log dan in om dit artikel te lezen.
Inloggen
Bent u al lid? Dan heeft u als het goed is een activatiemail gehad om uw account te activeren. Als u deze niet gehad heeft neem dan contact op met uw lokale provincie of maak direct een account aan.